De vakantie en het rampenbed

vrijdag 17 mei 2013 13:19:01 Europe/Berlin

Een oude man stond voor een nog ouder huis. Dat was Jean. Hij wees ons uiterst vriendelijk waar we ons autootje konden neerzetten en ging ons voor het monumentale pand binnen. Het was er koel. We werden verwelkomd door Anne-Marie, die ons voorging de trap op naar onze kamer. Ik liep achter haar, er steeds op bedacht haar te moeten opvangen. Ik heb veel in bejaardenhuizen gewerkt, dus het zit er gewoon in.

Halverwege de trap zag ik dat ze aan de linkervoet een degelijke stapper had en aan de rechter een gympie. Elly, mijn vrouw, zag het waarschijnlijk ook, want ze stootte me aan. Anne-Marie kwam ongedeerd boven en ging met korte schokkerige stapjes de bocht om. De kamer was prima; uiterst schoon, ouderwets, maar niet ongezellig. We dronken beneden een door Jean aangedragen glas limonade en gingen de buurt verkennen.

‘s Avonds kwamen we, zoals dat heet, moe maar voldaan op onze kamer en wilden gaan slapen. Dat viel tegen. Het bed was een ramp. Zo slap, dat we direct naar elkaar toerolden, of we dit nou wilden of niet. Eerst waren we wat lacherig, maar al snel werd dat minder, want onze ruggen protesteerden tegen deze marteling.

Wat is een goed bed? Te slap dus duidelijk niet. En te hard ligt ook niet lekker. Ik krijg over dit onderwerp vaak vragen in de praktijk. Er is moeilijk een goed antwoord te geven, want voor een ieder gelden eigen normen.

Het plaatje van de beddenfabrikant, waar je een niet onknappe juffrouw op haar zij ziet liggen met een afbeelding van een wervelkolom op haar rug geprojecteerd, werkt op mijn lachspieren; wie slaapt er zo perfect op zijn/haar zij? Die houding is onrealistisch. Iedereen slaapt anders. De een op de buik, de ander op de rug of op de zij, met een vreemde kronkel... Dus er is geen regel te bedenken voor een perfect bed. De een zal het lekkerst liggen op een hard bed, de ander wil wat zachter liggen. Mijn advies: Vraag bij een hotel of bed and breakfast (Chambre d’hôte) of je de kamer mag zien, en ga dan even op het bed liggen om het te voelen.

Hoe het ons verder is vergaan? De volgende morgen hebben we uiterst vriendelijk gezegd dat we niet langer konden blijven. Jean begreep het en aan het ontbijt pelde hij, heel lief, verse vijgen voor El. We werden vriendelijk uitgezwaaid toen we vertrokken. El heeft nog de hele dag last gehad van haar darmen. Door die vijgen? Was dat de wraak van Jean, omdat we zo snel vertrokken?

Geplaatst in Goede voornemens door

Janneke Swart

Post Comments

Verstuur reactie




* Verplichte velden